Afgelopen weekend volgde ik een heel interessante bijscholing over emo-eten en eetbuien. Elke diëtist krijgt wel te maken met cliënten die hier in mindere of meerdere mate last van hebben. In dat geval baat het natuurlijk niet dat je als diëtist simpelweg een streng vingertje opsteekt en zegt: “dat mag je niet doen hoor!”.

Toch zijn er een aantal strategieën waarmee een diëtiste je op weg kan helpen om vat te krijgen op het emo-eten, of om je eetbuien onder controle te krijgen. In mijn begeleiding leg ik sowieso altijd een grote nadruk op het mentale aspect, dus het was interessant om enkele bijkomende technieken aan te leren die ik kan toepassen in mijn praktijk.

Ik kreeg bovendien extra inzichten over de achterliggende problematiek. Deze inzichten wil ik graag met jou delen. Ze kunnen jou misschien ook helpen om het één en ander beter te begrijpen, als jij zelf ook wel eens last hebt van emo-eten of eetbuien.

emo-eten en eetbuien

Wat is emo-eten en wat zijn eetbuien?

Emo-eten

Voor emo-eten bestaat eigenlijk geen echte definitie, maar het komt er op neer dat je emoties mee spelen in de keuze óf en wat je gaat eten. Eet je zonder dat je lichamelijk honger hebt? Grijp je naar eten als je eenzaam of verdrietig bent? Eet je wel eens uit verveling of om een onaangename taak te kunnen uitstellen? En kies je daarbij vooral voor ongezonde voedingsmiddelen, meestal met veel suiker en/of vet? Stop je niet met eten als je genoeg hebt? Heb je het gevoel dat je NU METEEN wil eten en ben je bijvoorbeeld bereid daarvoor nog vlug naar de winkel te rijden? Voel je je achteraf schuldig?

Als je op één van deze vragen “ja” hebt geantwoord, doe jij waarschijnlijk aan emo-eten. Om je even gerust te stellen: ontzettend veel mensen doen (wel eens) aan emo-eten. Vaak geven vrouwen ook aan dat dit nog eens extra beïnvloed wordt door hun hormonen: in de menstruatieweek lijkt een grote beker ijs soms het enige wat troost kan bieden.

Als het zo nu en dan eens voorkomt, heb je er waarschijnlijk weinig last van. Je kan het wel plaatsen. Je let nadien een paar dagen wat meer op je eten, gaat wat meer bewegen en verder is niet veel aan de hand. Life goes on. Anders wordt het, wanneer je gewicht hierdoor steeds meer toeneemt en/of je mentaal begint te lijden door het feit dat je eet als manier om te kunnen omgaan met emoties. Of net om daar niet mee te moeten omgaan.

Eetbuien en de eetbuienstoornis

Sinds 2015 wordt de eetbuienstoornis officieel erkend als eetstoornis, naast andere eetstoornissen zoals anorexia of boulimia nervosa. Om te bepalen of iemand lijdt aan de eetbuienstoornis werd in de DSM (een handboek over psychische stoornissen) een aantal criteria gedefinieerd. Je lijdt pas “officieel” aan een eetbuienstoornis, als je voldoet aan onderstaande criteria:

  1. Je hebt last van terugkerende eetbuien, waarbij je binnen een bepaalde periode een grote hoeveelheid voedsel eet, die groter is dan de meeste mensen zouden eten. Je hebt hierbij het gevoel dat je de controle verliest.
  2. Deze eetbuien voldoen aan minstens 3 van deze kenmerken:
    1. je eet veel sneller dan normaal;
    2. je eet door tot een onaangenaam gevoel ontstaat;
    3. je eet grote hoeveelheden zonder dat je lichamelijke trek hebt;
    4. je eet alleen, uit schaamte over de hoeveelheden;
    5. achteraf voel je je somber, schuldig of walg je van jezelf.
  3. Je hebt duidelijk te lijden onder deze eetbuien.
  4. De eetbuien komen gedurende drie maanden minstens wekelijks voor.
  5. Je neemt geen compenserende maatregelen, zoals braken, extreem letten op je voeding of overmatig gaan sporten (in dat geval spreken we van anorexia of boulimia nervosa).

Uit recent onderzoek blijkt dat 2 tot 5% van de bevolking de diagnose van eetbuienstoornis krijgt. Dat betekent dus dat er nog meer mensen aan een eetbuienstoornis lijden, maar dat zij geen hulp zoeken en/of geen diagnose krijgen. Geschat wordt dat slechts 30-60% van de mensen met eetbuien op zoek gaat naar hulp.

Niet zwart-wit

Deze criteria maken duidelijk dat niet iedereen die wel eens of een eetbui heeft of aan emo-eten doet, meteen een eetbuienstoornis heeft. We spreken daarom ook wel van een spectrum, waarbij mensen in mindere of meerdere mate eetbuien hebben of aan emo-eten doen, en hier ook in mindere of meerdere mate echt last van hebben.

Voor mezelf als diëtiste is het natuurlijk wel interessant om deze criteria in het achterhoofd te houden. Wanneer er werkelijk sprake is van een eetbuienstoornis, is het namelijk aangewezen om samen te werken met een psychologe of psychiater. Op dat moment kan ik als diëtiste de cliënt in mijn eentje niet de ondersteuning bieden, waar hij of zij nood aan heeft.

Zit het tussen onze oren?

Tijdens de bijscholing werd door psychiater Nele Deschrijver een presentatie gegeven over de werking van het brein bij mensen met een eetbuienstoornis. Het blijkt namelijk dat bepaalde delen van het brein anders functioneren bij mensen die last hebben van eetbuien of emo-eten.

breinstructuren en eetgedrag

Het blijkt dat bepaalde delen van de hersenen van deze mensen anders reageren. Het zijn de delen van de hersenen die instaan voor het nemen van beslissingen, het beloningssysteem, aandacht kunnen geven, … Deze delen van de hersenen vertonen een grotere activiteit bij het zien van voedingsmiddelen met veel calorieën, dan bij mensen die géén eetbuien hebben.

Dit zorgt ervoor dat mensen met eetbuien een grotere drang naar voeding hebben. Ze zijn impulsiever in het nemen van beslissingen over het al dan niet eten van voeding. Deze impulsiviteit zorgt er voor dat ze snel handelen en daarbij ook op zoek gaan naar instant-beloning. Zo toonden experimenten aan dat deze mensen eerder zouden kiezen voor een kleine beloning die ze meteen krijgen, dan voor een grotere beloning waarop ze langer moeten wachten. Ze zijn in het algemeen dus ook ongeduldiger en zijn bereid meer risico’s te nemen om toch de behoeftes (rond eten) te bevredigen.

Hun aandacht wordt automatisch naar dingen toegezogen, die met voedsel te maken hebben. Als er ergens een beeld of woord te zien is dat met voeding te maken heeft, zullen zij dit altijd en als eerste gezien hebben. Ze zijn daardoor ook meer afgeleid bij het uitvoeren van taken, wanneer er voeding in hun buurt is. Dit gaat dan niet alleen om taken die te maken hebben met voedsel, maar ook om andere taken die niets te maken hebben met eten. Gewoon het louter aanwezig zijn van eten, zorgt ervoor dat hun aandacht hierdoor opgeslorpt wordt.

Andere mechanismen die een rol spelen

Er zijn nog andere lichamelijke mechanismen die een invloed hebben op eetgedrag. Een heleboel hormonen kunnen als “schuldigen” aangewezen worden. Zo zijn er hormonen die de eetlust opwekken of die juist de eetlust remmen. Ze zorgen voor het gevoel van honger of het gevoel van verzadiging. In een gezond en goed functionerend lichaam zorgen zij samen voor een evenwicht, waardoor je een gezond gewicht hebt. Hoe deze hormonen juist ontregeld zijn bij mensen die last hebben van eetbuien, is nog onduidelijk, maar het is duidelijk dat ook daar één en ander niet verloopt zoals eigenlijk de bedoeling is.

leptine en ghreline

Er blijkt bovendien zelfs een invloed uit te gaan van de darmflora (de bacteriën in je darmen) op je eetgedrag en op psychologische stress en compensatiegedrag.

De kip of het ei?

Zoals vaak het geval is bij dit soort dingen, is de vraag wat er eerst was. Is er een lichamelijke aanleg om gevoeliger te zijn voor het krijgen van een eetbuienstoornis of voor de neiging om aan emo-eten te doen? Of ontstaan de lichamelijke veranderingen net als gevolg van een verkeerd eetgedrag, een overmaat aan suiker, vet en calorieën? Waarschijnlijk ligt de waarheid ergens in het midden en is er een wisselwerking, een soort vicieuze cirkel waarbij het ene het andere in stand houdt.

Meer weten?

Lees in dit artikel tips om te leren omgaan met emo-eten!